Koersen door Korea op de Santos Travel Lite
Van het bruisende Busan tot aan de gedemilitariseerde zone bij Noord-Korea: Willem fietst ruim 1.800 kilometer dwars door Zuid-Korea. Langs kustwegen, tempels, regenbuien en eindeloze fietspaden ontdekt hij een land dat hypermodern is en tegelijk vol verrassende rust. Zijn Santos Travel Lite brengt hem moeiteloos overal, van drukke steden tot verlaten bergwegen, zonder één lekke band.
Willem de Mol Santos Travel Lite
Rust tussen de molshopen
Na weken fietsen door het zuiden van Korea, langs rivieren, door steden vol torenflats en over eindeloze fietspaden, begint de drukte langzaam achter me te verdwijnen. Ik ben inmiddels een paar duizend kilometer onderweg, van Busan aan de zuidkust richting het noorden. Wat begon als een lijn op de kaart is uitgegroeid tot een reis vol verrassingen, ontmoetingen en een land dat elke dag iets nieuws laat zien.

Na al die hoogbouw en verkeersdrukte kom ik aan in Gyeongju, de voormalige hoofdstad van het oude Silla-koninkrijk. Hier heerst rust. De stad ligt bezaaid met groene grafheuvels, het lijken wel molshopen voor reuzen, waarin koningen en koninginnen uit lang vervlogen tijden rusten. Ik wandel door Tumuli Park, bezoek de grafheuvel van het hemelpaard en voel de serene stilte van deze historische plek. Mijn Santos staat ondertussen netjes naast mijn matras in de kamer.
Langs de oostkust
De volgende dagen fiets ik langs de oostkust, door dorpjes die ruiken naar zee en pijnbomen. Soms glimt de kust als een opgepoetste spiegel, dan weer doemen fabrieken op waar staal en rook de lucht vullen. In Hupo, een havenplaats waar krab koning is, ontdek ik dat zelfs de supermarkt-pasta na een dag fietsen als haute cuisine kan smaken.

Een dag later tref ik Aurélie, een Canadese fietsster op een Brompton-vouwfiets. Met haar kleine wieltjes trotseert ze dezelfde klimmen als ik, respect. We lachen om onze verschillen en wensen elkaar sterkte: zij voor de afdalingen, ik voor de stijgingen. Zulke ontmoetingen maken de reis licht.

Van regen en stempels
Korea is groen, en dat betekent regen. Soms een vriendelijk gespetter, soms een volle emmer uit de hemel. Tijdens een van die buien beland ik bij een stempelpost, een rood hokje dat verdacht veel lijkt op een telefooncel. Langs de Koreaanse fietsroutes staan ze overal. Fietsers verzamelen hier stempels in een officieel fietspaspoort: een soort eregalerij voor wie de hele route aflegt. Typisch Koreaans: strak georganiseerd, tot de laatste stempel toe.

Bij zo’n hokje tref ik iets onverwachts: een man in een rood pak en masker, rechtstreeks uit Squid Game! Even denk ik dat ik in een Netflix-scène ben beland, maar het blijkt mijn vriend Arjen te zijn, ingevlogen uit Polen om me te verrassen. We fietsen samen verder richting de DMZ, grappen over onze stempels en delen de ene bizarre ontmoeting na de andere.
Op de rand van Noord-Korea

Samen rijden we langs de laatste kilometers van de oostkust, tot de wereld letterlijk ophoudt. De DMZ – de Demilitarized Zone – is een strook van vier kilometer breed die Noord en Zuid-Korea scheidt. Wachttorens, prikkeldraad, soldaten. Dichter bij Noord-Korea kun je niet komen zonder toestemming. De spanning voel je in alles, maar het uitzicht is sereen: zee, heuvels, stilte. In mijn fietspaspoort komt een unieke DMZ-stempel, een klein bewijs van een groot moment.

’s Avonds logeren we in een verlaten hotel midden in niemandsland. De muren kaal, de zee blauw. Tijdens het eten krijgen we te horen dat we vijandelijke onderzeeërs moeten melden als we ze zien. Geen standaard instructie bij het inchecken. Terwijl Arjen in zijn Gerard Joling shirt bibimbap bestelt, denk ik: dit is fietsen op de rand van de wereld.
Alleen de bergen in
Na zijn vertrek trap ik alleen verder, de bergen in. Het is Chuseok, het Koreaanse oogstfeest, en overal vieren families feest. De kust laat ik achter me; vanaf nu wordt het klimmen. De tunnels zijn lang en lawaaiig, de hellingen steil, maar de uitzichten maken alles goed. Mijn Santos loopt als een zonnetje, zelfs met natte wegen en zware bepakking.
Een van de mooiste etappes voert me langs Lake Soyang. Regen, kou, wind. Echt Elfstedenweer. Maar ook daar geldt: als je eenmaal nat bent, kan het niet erger worden. Dan is het gewoon blijven trappen tot de warmte terugkomt.

De laatste kilometers
Langs de Han-rivier rijd ik de laatste dagen richting Seoul. Het fietspad is breed, strak en autovrij. Overal fietsers: gezinnen, sporters, toeristen. Na weken stilte is het even wennen aan de drukte, maar de sfeer is vriendelijk. Mensen zwaaien, roepen “fighting!” en geven duimpjes. Nog zestig kilometer, dan ben ik er. De skyline van Seoul doemt op, en even later rolt de Travel Lite mijn laatste stempel tegemoet. Einde van de rit: 1.837 kilometer op de teller, nul lekke banden en één grote glimlach.

Rustdag in de metropool
In Seoul zelf is het een ander ritme. Regen, neon, miljoenen mensen en oneindig veel koffietentjes. Ik bezoek musea, wandel door paleistuinen en laat de fiets even met rust. Toch voelt het vreemd om niet meer te trappen. De fiets was wekenlang mijn metgezel, mijn huis op wielen. Nu staat hij stil – schoon, droog en klaar voor de vlucht naar huis.

Robotroomservice
De laatste nacht breng ik door in een hotel op Incheon Airport. Terwijl buiten de regen blijft tikken, rolt mijn avondeten aan: bezorgd door een robot met een dienblad in zijn buik. Hij belt aan, levert af en zoeft weer weg. Typisch Korea: hypermodern en toch vriendelijk. Zelfs technologie glimlacht hier.

Tot slot, de fiets die alles mogelijk maakt
Na ruim 1.800 kilometer weet ik het zeker: Zuid-Korea is een fantastisch fietsland. Superveilig, schoon en perfect georganiseerd. Overal toiletten, fietspompen, winkels en die eindeloze convenience stores waar je altijd terecht kunt. De rivierpaden zijn schitterend, de kust is ruig en vriendelijk tegelijk, en de mensen onderweg zijn oprecht gastvrij.

De steden zelf vond ik minder, met veel hoogbouw en weinig sfeer, maar daarbuiten is het land één groot fietsparadijs. Het eten is soms een uitdaging, maar een bakje noodles of een magnetronmaaltijd bij de CU smaakt na een lange dag fietsen verrassend goed.

Mijn Santos Travel Lite heeft zich opnieuw bewezen. Geen rammeltje, geen lekke band, geen gedoe. Gewoon doen wat hij moet doen, elke dag opnieuw. En dat is misschien wel de kern van een onbezorgde reis: een fiets die rolt, een route die verrast en een land dat je met open armen ontvangt.

Heb jij ook een bijzonder avontuur beleefd met jouw Santos? Deel je verhaal met ons. Wie weet verschijnt jouw reis binnenkort als Santos Story op onze website.