De Eyserbosweg

Het is de week voor de Amstel-Gold race. Trapper heeft zich teruggetrokken in een Limburgs hotelletje. Elke ochtend sluit ik mij met veel voornemens, koffie en- laptop op, in een poging de hel en verdoemenis van mijn uitgeverij voor te zijn en vrijdag triomfantelijk het beloofde manuscript te kunnen mailen. De middagen zijn voor mijzelf. Mijzelf en de Race Lite. Voor het snelle berg-op-werk gebruikte Trapper tot nu toe een vederlichte carbon-ultegra racer van een ,zeg maar, 'gerenommeerd' merk. Maar Trapper kijkt al een poosje verlekkerd naar de Santos Race Lite. Mooie fiets. Je moet het maar durven: Een racer op de markt brengen met een Rohloff en riem. Het race-wereldje is nog conservatiever dan de Engelse plattelandsadel. Het peloton placht zes weken te vergaderen over een ander type ketting. Of dat wel mag en zo. Een racer met Rohloff en riem, dat wilde Trapper wel eens proberen. 'Neem maar een keer mee', sprak Robbert.
Zuid-Limburg! Klokslag twaalf uur hijst Trapper zich in zijn fietskleren. Inrijden langs Margraten en Noorbeek richting de eerste, gemakkelijke klim bij Slenaken, dan eens kijken hoe hard hij naar beneden wil richting Epen, tegen het Vijlderbos in een strak tempo omhoog om echt warm te worden, de Vaalserberg doe ik als een klimtijdrit en boven aangeland mag ik even pauze. Terug naar beneden en via die verzameling irritant vals plat richting Partij, knarsetandend de Gulpenberg op, loeihard de Koning van Spanje af, en dan mag de Eyserbosweg scherprechter spelen. Met bijna 80 km onder de wielen rijdt Trapper fluitend uit richting Valkenburg en pikt nog even de Cauberg mee om het af te leren. Dat dus, vier dagen achter elkaar.
En, hoe rijdt die Race Lite? Fantastisch! Je moet blijkbaar eerst een paar jaar carbon gereden hebben om te kunnen voelen hoe goed een echt zorgvuldig gebouwd alu-frame rijdt. Steek de brand maar in die carbons. De Race Lite rijdt comfortabel en stuurt tegelijkertijd vlijmscherp. Daarmee vergeleken daalt mijn carbon-ultegra als een winkelwagentje. Trapper kan nu voluit naar beneden zonder hartkloppingen.
En omhoog? Overal klim ik in z'n drie of vier. Ook op de 20% van de Eyserbosweg heb ik de kleinste versnelling niet nodig. Het schakelgemak is een zegen. Weer terug op mijn hotelkamer raadpleeg ik mijn logboek. Voelt hij nu alleen snel of is hij ook snel? Tijden liegen niet en Trapper noteert alles. Ik heb de cijfers achter de komma nodig om verschil te zien tussen deze rit en dezelfde een jaar geleden met de carbon-ultegra. Het seizoen was toen wel twee maanden verder en ik was met een ploegje. Dat scheelt twee keer! Die gegevens had ik in mijn achterhoofd voor het geval mijn tijden tegen zouden vallen. Maar dat doen ze niet. Dat gevoel had ik berg-op eigenlijk al. Het ging gewoon lekker. Vooraf dacht ik met de Santos wel in de buurt te kunnen blijven van mijn tijden met de carbon-ultegra, maar een fotofinish had ik niet verwacht. De Race Lite is echt snel!
Kortom, aangeboden t.e.a.b.: een carbon-ultegra racer, z.g.a.n.
En het manuscript? Dat is af!
Trapper
Mei 2012
_________________________________________________________________________
Luxe probleem
Trapper heeft een probleem. Een luxeprobleem, dat wel. Of u even meedenkt. Het zit zo. Enerzijds is daar mijn gele Travelmaster. Een beest van een fiets. Onverwoestbaar, een monster uit één stuk. En snel! Je flitst er niet mee weg bij een stoplicht, maar een rondje door de polder met een vuil windje klaart Trapper zomaar met 25 plus gemiddeld, zonder op het tandvlees thuis te komen. Zoals de trouwe lezer weet met Rohloff en riem, dus is het zorgeloos onderhoudsvrije kilometers vreten, ook in de blub.
Wat wil je nog meer? Dat zal ik u uitleggen.
Netjes opgeborgen staat hier in huis ook een vederlicht full-carbon-ultegra raketje. Weegt nog niet de helft van de Travelmaster. Kracht zetten is er vandoor peren. Met danspasjes tegen de Ventoux op, dat werk. Vergeeft de Travelmaster je nog wel een missertje; één stuurfout met raketje en je ligt ondersteboven in de sloot.
De afgelopen weken was het ineens raketjesweer. De zomer had zich een paar maanden vergist. Voor de aardigheid deed ik even vlot dat rondje door de polder, de route die ik veel met de Travelmaster rijd. En wat denkt u? 27,6 gemiddeld, uit en thuis, inclusief de stoplichten. Met moeite. Op mijn raketje dus, nog niet half zo zwaar als de Travelmaster, gebouwd voor niets anders dan snelheid, onderhoudsgevoelig als een formule 1-wagen en dan maar zo weinig sneller? Kortom, heb ik dat ding eigenlijk wel nodig? Kan het niet gemakkelijker, zorgelozer, en bijna even snel?
Nou, dat zou best wel eens kunnen. Santos bouwt ook de Race Lite. Een racer met Rohloff en riem. Ietsje zwaarder dan mijn raketje, maar 10 keer zo gebruiksvriendelijk. Een erg mooi fietsje, voor de looks hoef je hem niet te laten staan. Ik denk dat hij op het vlak erg weinig onderdoet voor raketje. Maar berg op? Een paar keer per jaar mag Trapper graag met een vriendenclubje ergens steile klimmetjes opzoeken. Dan wil hij niet achteraan hangen. Als die Race Lite ook lekker vlot omhoog gaat, is het wel een mooi zorgeloos idee. Nooit meer krakend schakelen als het om de bocht ineens steil de lucht in gaat. Geen geloer meer tussen de benen door naar achter, om te kijken op welk blaadje de ketting nu eigenlijk ligt. Geen zoeken meer naar de beste combi van voor- en achterblad. Geen getob over drie bladen voor of toch maar een compact. Geen wikken en wegen meer tussen drie verschillende cassettes achter.
Die Race Lite moest Trapper maar eens uitproberen. Robbert wil me er eentje wel een midweek meegeven. We beginnen dichtbij. Gulpenberg, here we come. Een paar dagen het Amstel-Gold traject onveilig maken, kijken of dat wil. En als dat zo uitkomt lekker de Ardennen in.
Mocht u over een paar weken mijn z.g.a.n. raketje t.e.a.b. op Marktplaats tegenkomen, dan weet u hoe het afgelopen is.
April 2012
_________________________________________________________________________
Viking versus Santos
Wat een lekkere maand februari. Ondanks de kou en vroege duisternis heb ik uiteindelijk nog flink wat kilometers gemaakt. De treinen reden niet, maar Trapper wel. Vorige maand vond ik +5 nog stervenskoud en nu voelt -5 ineens prima. Bijzonder. 'Alles went bij een echte vent', om Yvonne Kroonenberg te parafraseren. Na twee uur stampen zoek ik wel koffie en warm appelgebak op, maar om nou te zeggen dat het afzien is...
Het is onbeschrijflijk mooi buiten. Ik schakel een klikje terug en neem de moeite om van de omgeving te genieten. Wat verderop zwiert een groepje schaatsers over een riviertje. Wat hun Elfstedentocht had kunnen zijn, werd het Vierdorpenrondje. Winterlandschap als op een klassiek schilderij. Ik ben blij dat ik er op uit gegaan ben. Dit is tien keer beter dan binnen zitten.
'Het zit op de bank en het zapt'. Nog maar eens Kroonenberg. Het is haar beschrijving van het archetype man. Trapper heeft dat wel eens. Een luie zondagmiddag, benen op de bank, op tv cirkelen schaatsers hun rondjes: hangen en niks doen. Lekker, maar ook weer niet. Al snel ontstaat er onrust in mijn hoofd. Bewegen kijken of bewegen doen? Straks met de voorjaarsklassiekers wordt dat nog erger. Naar de finale van Omloop het Nieuwsblad staren of lang voordat ze tegen de Muur op knallen zelf mijn fiets grijpen? Bewegen kijken of bewegen doen?
Het schaatsenop tv wil deze middag niet echt spannend worden. Als weer een zogenaamde kanshebber het er bij laat zitten en alle spanning uit het toernooi glijdt, hak ik de knoop door. In tien minuten ben ik omgekleed, steek twee bananen en een krentenbol bij me en ik pluk de Travelmaster van de muur: rijden Trapper!
Een dorp verder buigt het riviertje zich naar me toe. Ik rijd de dijk op en slinger hand in hand met het natuurijs door het landschap. Met doffe krassen rijdt een viertal schaatsers naast me op. Ze gaan hard. Als mijn dijk de binnenbocht heeft rijd ik van ze weg, in de buitenbochten zij van mij. Zij doen het erom, ik doe het erom, het wordt een spelletje. Ik weet dat vijf kilometer verderop rivier en dijk zo draaien, dat het nog een lelijk stukje-wind tegen wordt. Ik neem me voor ze daar helemaal los te rijden. Dat blijkt een minuut of tien later nog niet mee te vallen. Ik zie ze achter elkaars ruggen ineen duiken. Keurig als aan een touwtje, kop over kop. Vijfentwintig à dertig in het uur, pal tegen de ferme wind in is geen sinecure. Als mijn dijkje een iets te grote buitenbocht maakt, verlies ik in de extra meters hopeloos het contact en zie hoe ze langzaam maar onverbiddelijk van me wegrijden.
Bij het laatste dorp houden ze stil, staan stomend wat te ginnegappen en schuiven boterhammen naar binnen. Knoestige mannen. Als ik het bruggetje op rijd, kijken ze grijnzend mijn kant op Ik lach terug. Verliezen is ook een kunst. Viking versus Santos: 1-0.
Maart 2012
_________________________________________________________________________
Koud?
Eindelijk. Mooi winterweer. Ongeveer zoals Trapper het graag heeft. Mooi winterweer wil zeggen de temperatuur ergens bij het vriespunt, zo'n bleek zonnetje laag aan de lucht, een vriesdroge weg eronder en nauwelijks wind. En dat is het nu. Uitgerekend op de dag dat er in de middag wat tijd over schiet voor een flinke ronde. Een paar jaar terug hoopte ik 's winters vurig op ijs op de plassen, maar na een smerige val op een afgelegen stuk kraakijs ver achter Ankeveen houdt Trapper dat voor gezien: meer conditie dan techniek, dat is dodelijk bij het schaatsen. Dichtgeplakt en geniet als een boxer na een knock-out was de lol er definitief af. Fietsen is daarmee vergeleken een blessure-vrije sport. Zolang je de blik op de weg houdt en je niet blind staart op de randapparatuur, gaat daar weinig bij mis.
Met een lekker gangetje zoef ik door de bijtend frisse lucht. Het kan gek gaan. Een jaar of wat terug bleef de fiets 's winters steevast opgeborgen. Half-bevroren tenen, veel te vroeg donker en zonde van het materiaal waren de drie argumenten die me van de fiets en achter de kachel hielden, hopend op ijs. Tot die val daar dus in één klap een einde aan maakte. Maar wat dan? Trapper sprak zichzelf ferm toe. Hoezo koud? Met een beetje goede winterkleding moest fietsen te doen zijn. Wat snuffelen op het internet en verschillende bezoekjes aan fiets- en buitensportwinkels later was Trapper de nodige flappen armer, maar een degelijke winter-fiets-outfit rijker. Het kost wat maar dan heb je ook wat. Hoezo koude voeten? Er bestaan dus echt goede fietsschoenen voor de winter en er zijn tegenwoordig dunne sokken waar je zo een poolreis mee maakt. Voor de rest van de kleding geldt hetzelfde. Dun, licht, maar oh zo warm. Over de remedie tegen de vroege duisternis schreef Trapper vorige maand al. Goed ingepakt en met prima licht loont het ook nog drie uur 's middags om aan een rondje te beginnen. Maar het materiaal dan?
Op de smalle paadjes langs het water en op bruggetjes glinstert het wegdek verdacht. Zout. De brede, ongestrooide wegen zijn droog, maar het preventief strooien op de binnenweggetjes trekt vocht aan en dat geeft een smerig, agressief mengsel. Zou ik daarom niemand tegenkomen? Daarvoor heb ik nu de Travelmaster met Rohloff en riem. Een paar jaar geleden zou Trapper ondanks het mooie weer misschien ook wel terugeschrokken zijn voor het bijtende zout op ketting en kransjes. Maar dat is verleden tijd dus. Geen zorg meer over materiaal. Gewoon lekker fietsen, al strooien ze het dubbeldik. Op driekwart van de tocht word ik ingehaald door een racer die het blijkaar ook niets kan schelen. Dat is aan zijn derailleur goed te zien. Het wordt een boel werk om die weer schoon te krijgen. Ik haak aan, maar het gaat me eigenlijk net even te hard. Trapper wordt niet graag los gereden. In het voorjaar maar eens naar de nieuwe Race Lite kijken. Racen zonder dat eeuwige schoonmaken lijkt me ook wel wat.
Trapper
Februari 2012
_________________________________________________________________________
Verlichting
Als we filosofen mogen geloven is de Verlichting zo'n 250 jaar geleden ingetreden. Niet bij Trapper. Die peddelde rond zonder. Overal in huis zwerven weliswaar van die kleine led-lampjes, gelikte ontwerpjes en van het Waterlooplein, maar tien tegen één dat als je er een pakt, de batterij z'n beste tijd gehad heeft. En dan nog. Dat soort verlichting is vooral om gezien te worden door het post.nl-busje van rechts met een spoedbestelling. Zien doe je er zelf geen fluit mee. Buiten de bebouwde kom is het zeker geen optie. Gewoon licht is daar niet alleen verplicht, dat kun je maar beter hebben ook.
November en december zijn slechte fietsmaanden. Niet alleen zit het weer dan meestal niet mee - maar behalve dit jaar dan, de zomer viel in november - als je niet op de tijd let, zit je zomaar ineens in het stikdonker op een buitenweggetje. Milieuridders mogen klagen dat het in Nederland nergens meer donker wordt, ik kan inmiddels een paar plekken op een steenworp van de stad aanwijzen waar dat niet voor geldt: pikkedonker wordt het daar. Dat is niet fijn op de fiets. Het gaat dan niet alleen om gezien worden, zèlf wat kunnen zien is minstens zo belangrijk. Een kuil of afgewaaide tak die je niet aan ziet komen, geeft een heel andere klap dan eentje waar je netjes op anticipeert. Trapper bleef overeind, maar vraag niet hoe. Kunst en vliegwerk, veel tempo zat er niet meer in. Van arremoede zorgde Trapper er voortaan maar voor weer voor het donker thuis te zijn. Dat moest hij per slot van rekening vroeger ook altijd. En het klonk wel zo knus: voor het donker thuis.
Tot voor kort was vaste verlichting geen optie. Dynamo's waren steevast ondingen. Als ze niet slipten, gaven ze teveel weerstand en bij een lekker tempo brandden lampjes om de week door. Maar toen kwam De Verlichting. Descartes moet hebben liggen juichen in zijn graf. De naafdynamo verscheen op het toneel en na wat lompe probeersels was daar de SON-naaf: Schmidt Original Naafdynamo. Een wondertje van fijn-techniek. Je merkt niet dat hij meedraait en in combinatie met het speciale Edelux-lampje met Busch en Mueller spiegel-techniek geeft het een bak licht bij alle snelheden. En als ik een bak licht zeg, bedoel ik ook een bak licht. Eindelijk zie je wat voor je op straat, ook een paar meter verderop. Geen vage lichtvlek, maar een goedverlichte strook wegdek voor je. En die Edelux is ook nog eens een minimal-design propje op je vorkkroon. Je fiets wordt er alleen maar mooier van. Enthousiast geworden combineerde Trapper het geheel ook gelijk met een oplaadbare accu van Biologic. Voortaan maakt hij onderweg door de rimboe zijn eigen stroom. En met de bijbehorende iphone-houder op het stuur zou het eeuwige 'van de route raken' in grote steden ook wel eens verleden tijd kunnen zijn. Trapper 2.0! Laat die zwerftochten maar komen.
'Ach, doe nog maar een koffie, ik heb licht op mijn fiets!'.
Trapper
Januari 2012
________________________________________________________________________



